Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

Onderzoek naar sociale ontwikkeling van kinderen

‘Ik wil vooroordelen vervangen door feiten’

Snelle kinderen bij elkaar, langzame kinderen bij elkaar, kinderen met een beperking bij elkaar. Leerlingen worden op de basisschool al snel in hokjes geplaatst. Maar wat gebeurt er als je alle kinderen in één groep zet? Jana Vyrastekova gaat onderzoeken welke invloed een inclusieve schoolomgeving heeft op de sociale ontwikkeling van kinderen.

“Eigenlijk vind ik het heel spannend om er nu al over te praten”, zegt gedragseconoom Jana Vyrastekova halverwege het gesprek. “Aan de ene kant is dit voor mij een gedroomd onderzoeksveld en wil ik ontzettend graag beginnen. Aan de andere kant moet ik wachten tot de financiering rond is. Ik hoop daar begin 2019 zekerheid over te hebben.”

Vyrastekova is in haar geboorteland Slowakije opgeleid tot natuurwetenschapper en deed aanvankelijk vooral theoretisch onderzoek. Tijdens haar promotietraject kwam ze in aanraking met de gedragseconomie. “Daarbij zag ik voor het eerst hoe je via experimenten menselijk gedrag op een wetenschappelijke manier kunt observeren. Ik was er meteen door gegrepen.” Via een studie in Wenen en een promotie in Tilburg kwam ze twaalf jaar geleden in Nijmegen terecht. “Hier heb ik onder andere onderzoek gedaan naar ondernemerschap van vrouwen, normen en waarden, en altruïsme van ouders tegenover kinderen.”

Waardeoordeel

Nu kijkt ze reikhalzend uit naar haar nieuwe project. Ze heeft voor haar gevoel het tij mee. “Een van de grootste problemen van deze tijd is dat de enorme technologische vooruitgang gepaard gaat met gebrekkige sociale samenhang. Mensen zijn van nature geneigd naar hun eigen groep te kijken. Misschien was het evolutionair gezien ooit nuttig om te weten: wie is mijn vriend en wie is mijn vijand? Maar in deze tijd, waarin we allemaal naast elkaar leven en elkaar nodig hebben, is het onwenselijk dat we zo sterk geprikkeld worden door onderlinge verschillen.”

Mogelijk ontstaat die neiging om in hokjes te denken al op de basisschool, denkt Vyrastekova. “Daar worden kinderen ingedeeld alsof het sporters zijn: de snelste kinderen bij elkaar, de zwakste bij elkaar, kinderen die moeite hebben met Nederlands bij elkaar, kinderen met leermoeilijkheden - zoals dyslexie - bij elkaar. Onbewust spreken we met die indeling een waardeoordeel uit. Door ons gedrag dragen we dat oordeel over aan de volgende generatie.”

Misschien is het wel veel productiever om de kinderen niet apart te zetten, maar bij elkaar zodat ze van elkaar kunnen leren. Op een aantal zogeheten inclusieve scholen gebeurt dat al. “Als ik op zulke scholen kom, denk ik: wat fantastisch, iedereen is hier welkom, ook kinderen met een taalachterstand, gedragsproblemen of een handicap. Die scholen stellen het kind centraal en denken niet in termen van beperkingen, maar van mogelijkheden.”

Best practices

Volgens Vyrastekova bestaan er veel aannames en misverstanden over inclusieve scholen. Volgens sommigen is inclusie alleen voordelig voor de ‘onderkant’: leerlingen die extra aandacht nodig hebben, zouden zo beter toegang krijgen tot de maatschappij. Tegelijkertijd zou inclusie nadelig zijn voor snelle kinderen, die steeds zouden moeten wachten op hun medeleerlingen. ”Maar uit een grote metastudie blijkt dat inclusieve scholen geen negatieve invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling van ‘gewone’ leerlingen. Ik ga kijken naar de sociale ontwikkeling: wat doet het met een kind als het in een inclusieve omgeving opgroeit? Wat doet het met zijn wensen, ambities en zelfbeeld?"

Om dat te achterhalen, wil Vyrastekova evidencebased onderzoek gaan doen. Daarbij werkt ze samen met psychologen van de Radboud Universiteit, pedagogen van de Hogeschool Utrecht en onderzoekers uit de onderwijspraktijk. “We gaan onderzoeken hoe inclusieve scholen omgaan met verschillen en hoe dat de sociale ontwikkeling van leerlingen beïnvloedt. Zij krijgen door al die diversiteit veel op hun bordje. Welke invloed heeft dat, kunnen we dat meten en kunnen we het vergelijken met wat er op andere scholen gebeurt? Op basis van die empirische aanpak hopen we best practices te kunnen beschrijven. Bovendien willen we laten zien tegen welke wettelijke regels scholen aanlopen. Dan wordt ook duidelijk waar eventueel aanpassingen nodig zijn.”

Torens bouwen

Voor het empirische onderzoeksdeel wil Vyrastekova gedragseconomische experimenten gebruiken. “Er zijn nog relatief weinig gedragseconomische tools voor kinderen beschikbaar. Een van de doelen van het onderzoek is om zulke tools te ontwikkelen. Daarbij baseren we ons op instrumenten voor volwassenen. Een heel basale vraag is bijvoorbeeld: in hoeverre vindt u het rechtvaardig om uw zelf verdiende geld te delen met anderen? Uit experimenten blijkt onder andere dat mensen eerder delen als ze weten dat een ander het echt nodig heeft."

Verschillende factoren hebben invloed op onze ideeën over wat rechtvaardig is. Vyrastekova wil onderzoeken hoe vroeg die ideeën bij kinderen ontstaan en of het uitmaakt of ze contact hebben met een brede groep van medeleerlingen. “Zo’n experiment met het verdelen van geld kunnen we op een speelse manier vertalen naar een klaslokaal. Kinderen kunnen bijvoorbeeld muntjes verdienen door torens van blokken te bouwen. Die muntjes kunnen ze daarna op verschillende manieren verdelen.”

Hoewel het onderzoek nog moet beginnen, zal Vyrastekova te zijner tijd graag meedenken over manieren om scholen inclusiever te maken. “Als onderzoeker moet ik neutraal blijven. Dat garandeer ik door bijvoorbeeld mijn onderzoeksvragen van tevoren vast te stellen en tussentijds niet bij te schaven. Maar ik hoop wel dat onze bevindingen een prikkelende discussie over inclusieve scholen op gang kunnen brengen. Die discussie moet dan niet gebaseerd zijn op aannames en vooroordelen, zoals nu nog vaak het geval is, maar op wetenschappelijke data.”