Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

Nijmeegs onderzoek helpt Doetinchem aan vitale binnenstad

Hoe houden we de binnenstad vitaal? Met die vraag kampen veel gemeenten. Doetinchem schakelde bijzonder hoogleraar Gert-Jan Hospers van de Faculteit der Managementwetenschappen in voor onafhankelijk onderzoek.

Bevolkingskrimp en de opkomst van online winkelen zetten traditionele winkelgebieden onder druk. Ook in Doetinchem. “Vorig jaar heeft het college daarom gevraagd om een toekomstvisie”, zegt Bart Teunissen, projectleider van het Aanvalsplan binnenstad. “Belangrijkste vraag: hoe houden we onze binnenstad levendig en aantrekkelijk?”

Om de uitgangspositie te analyseren, benaderde Doetinchem Gert-Jan Hospers, bijzonder hoogleraar Transities van stad en regio aan de Faculteit der Managementwetenschappen. Teunissen: “We waren meteen gecharmeerd van zijn interactieve aanpak. Veel bedrijven doen onderzoek vanachter hun bureau. Gert-Jan heeft met tientallen sleutelfiguren door de stad gelopen. Dat vonden we prachtig!” Hospers: “Ik organiseerde geen workshops, maar ‘walkshops’. Zo kreeg ik een goed beeld van de sterke en zwakke punten van Doetinchem én van de manier waarop mensen hun stad beleven.”

Voetgangersperspectief

Hospers’ benadering vanuit voetgangersperspectief sluit aan bij de ideeën van de Deense architect Jan Gehl. “Stadsbestuurders zijn vaak dol op bijzondere gebouwen”, zegt Hospers. “Ze denken dat die hun stad aanzien en uitstraling geven. Gehl roept bestuurders en stedenbouwers juist op om meer rekening te houden met de menselijke maat. Volgens hem is tegenwoordig het perspectief van de automobilist te dominant. Daardoor zie je vooral grote pleinen, hoge gebouwen, lange straten en weinig variatie in het straatbeeld. Gehls opvattingen zijn niet nieuw. Eerder pleitte de Amerikaanse activiste Jane Jacobs ook al voor stedenbouw waarbij de mens centraal staat.”

Uit onderzoek van Gehl blijkt dat mensen korter verblijven in een eentonige straat dan in een straat waar van alles gebeurt. Om een stad aantrekkelijker te maken, moeten stedenbouwers daarom uitgaan van het voetgangersperspectief: de openbare ruimte zoals we die ervaren als we er met 5 kilometer per uur doorheen lopen.

Eyeopener

Hospers is enthousiast over die visie. Niet voor niets heet zijn onderzoeksrapport ‘Doetinchem op ooghoogte’. “Het gaat niet om stenen, maar om mensen, niet om de architectuur van een stad, maar om de acupunctuur. Duidelijke bewegwijzering, uitnodigende bankjes, een bloembak of waterpartij zijn cruciaal voor de waardering van een plek. Als je dat weet, kun je met kleine ‘speldenprikken’ grote resultaten bereiken. En als het er prettig toeven is, blijven mensen langer op een plek hangen.”

“Deze aanpak was voor ons een eyeopener”, zegt Teunissen. “We moeten kijken naar het gebruik dat mensen van de stad maken in plaats van dat de gemeente op het stadhuis een idee bedenkt dat de inwoners daarna niet oppakken. Mede door deze benadering zien we mensen massaal aanhaken bij de plannen om onze binnenstad te versterken.” Volgens Hospers leent elke stad zich voor zo’n aanpak. “Gehls ideeën worden van Melbourne tot New York en van Kopenhagen tot China gewaardeerd. De ervaringen in Doetinchem zijn opnieuw een bevestiging dat deze methode uitstekend werkt.”

Publiekstrekker

Volgens Hospers’ onderzoek heeft Doetinchem een goede uitgangspositie: veel winkels, goede horecavoorzieningen en een sterke regiofunctie. Teunissen: “Maar een echte publiekstrekker ontbreekt. We moeten keuzes maken om ons beter te profileren.” Hospers noemt drie eigenschappen die kunnen worden versterkt: Doetinchem als groene stad, gastvrije stad of als slimme, bedrijvige stad. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen hebben zich inmiddels uitgesproken. Teunissen: “De meesten willen het gastvrije karakter en, in mindere mate, het groene karakter versterken.”

Dat kan op verschillende manieren, zegt Sanne Ruiter, die als stagiaire meewerkt aan het Aanvalsplan binnenstad. “Eén manier is het goede uit de streek naar de stad halen, bijvoorbeeld door streekproducten te bieden in restaurants en op markten. Andere mogelijkheden zijn om de Oude IJssel meer bij de stad te betrekken en lokaal ondernemerschap te bevorderen.”

Werkgroepen

Werkgroepen van inwoners, ondernemers en bezoekers vertalen die mogelijkheden nu naar concrete plannen. Dit voorjaar beslist de gemeenteraad in welke plannen de stad gaat investeren. Daarvoor heeft Doetinchem tot 2019 een miljoen euro per jaar gereserveerd.

Teunissen heeft vertrouwen in het proces en kijkt tevreden terug op de samenwerking met Hospers. “Zijn onderzoek heeft de basis gelegd voor versterking van onze binnenstad. Hij heeft innovatieve interviewmethoden gebruikt en een rapport afgeleverd dat vanaf het begin gedragen werd door de samenleving. Dat is heel belangrijk geweest.”