Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

Derek Gregory: “We moeten verder dan de campus reiken”

De wereldberoemde geograaf Derek Gregory is twee jaar lang Radboud Excellence Professor. Zijn onderzoek richt zich op de politieke en historische aspecten van oorlog en bombardementen. In Nijmegen geniet hij van de samenwerking met medewerkers en studenten. "Het is echt tweerichtingsverkeer: mij naar de Radboud Universiteit, maar ook de Radboud Universiteit naar mij brengen.”

“Ik wil weten hoe oorlog de laatste honderd jaar is veranderd - of juist niet”, zegt Gregory. “Moderne geografie heeft een lange geschiedenis van betrokkenheid bij oorlogen, vooral via vraagstukken rond logistiek, strategie, terrein en doelwitten. De Franse geograaf Yves Lacoste heeft ooit een boek geschreven met als titel La géographie, ça sert, d’abord, à faire la guerre (geografie dient in eerste instantie oorlogvoering). I snap wat hij bedoelde. Ik kan geen enkele manier van oorlogvoering bedenken die niet ten diepste ‘geografisch’ is.”

Gregory’s onderzoek richt zich op twee grote gebieden. Ten eerste aerial violence. “Ik ben een boek aan het afronden met als titel Reach from the Sky. Dat beschrijft de historische geografie van bombardementen: vanaf de Eerste Wereldoorlog tot het tegenwoordige gebruik van drones in het Midden-Oosten. Ten tweede analyseer ik de medische zorg en de evacuatie van gewonden van het slagveld. Soldaten zijn niet alleen veroorzakers, maar ook slachtoffers van geweld. Ik heb de routes gereconstrueerd die zieke en gewonde militairen en burgers in verschillende oorlogen hebben afgelegd. Dit project sloot aan bij mijn onderzoek naar aerial violence toen ik de bombardementen op ziekenhuizen en de aanvallen op medische instellingen in Afghanistan, Syrië en elders begon te onderzoeken.”

Mensenrechten

Europeanen zijn vaak vooral bezorgd over de consequenties die conflicten in het Midden-Oosten hebben voor hun eigen werelddeel. Gregory: “Die fixatie op wat deze oorlogen voor ‘ons’ betekenen, is enorm deprimerend. De gevolgen voor de diplomatieke relaties tussen bijvoorbeeld de NAVO en Rusland hoef ik niet te benadrukken. Hetzelfde geldt voor het verband tussen enerzijds de politieke inmenging en het militaire geweld dat Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland in het Midden-Oosten gebruiken en anderzijds de terroristische aanslagen in Europa. Maar de ernstigste gevolgen ondervindt de regio zelf. De meeste mensen die Syrië zijn ontvlucht, zitten in Libanon, Jordanië en Turkije. En de meeste slachtoffers van IS zijn moslims.”

De gevolgen voor de mensenrechten in Syrië zullen rampzalig zijn als Assad aan de macht blijft, zegt Gregory. “De waarheid is niet het eerste slachtoffer van oorlog - dat zijn de mensenrechten.” Hij betwijfelt of westerse regeringen ooit echt belangstelling hebben gehad voor de mensenrechten in het Midden-Oosten. “Te vaak is er een beroep op deze rechten gedaan, maar zijn de bijbehorende implicaties en verantwoordelijkheden terzijde geschoven zodra de mensenrechten botsten met brute afwegingen van economisch eigenbelang en zogenaamde Realpolitik. Hopelijk nemen het lijden, de moed en vasthoudendheid van de Syrische vluchtelingen, de vitaliteit van hun cultuur en hun bereidheid om bij te dragen aan samenlevingen en economieën de wind uit de zeilen van het rechts-nationalisme dat de politiek in het westen ontsiert. Maar ik ben er niet gerust op.”

Open access

Gregory is in oktober 2016 aangesteld als Radboud Excellence Professor. Sindsdien heeft hij Nijmegen verschillende keren bezocht. “Ik heb buitengewoon interessante discussies gevoerd met medewerkers en verschillende getalenteerde studenten, die zich bezighouden met wat ze fraai noemen ‘b/ordering Europe’. Daarnaast heb ik deelgenomen aan een prachtige conferentie over ‘Friction in a mobile world’.” Gregory ziet ernaar uit om de samenwerking uit te breiden. “Het is echt tweerichtingsverkeer: mij naar de Radboud Universiteit, maar ook de Radboud Universiteit naar mij brengen.”

Omdat Gregory als hoogleraar in verschillende landen heeft gewerkt, weet hij dat overheden steeds vaker verlangen dat universiteiten hun kennis delen. “Kennis delen is essentieel. Maar kennis moet niet beperkt blijven tot datgene wat direct toe te passen, te vermarkten of te patenteren is. Helaas is kennis verworden tot een product en zien universiteiten zichzelf als bedrijven. We moeten ons serieus afvragen wat de aard is van de universiteit in de 21e eeuw. Bovendien, onderzoek kan een buitengewoon ongemakkelijke en verontrustende zaak zijn. Om die kritische functie te behouden, moeten we verder reiken dan de campus en een breder en diverser publiek bij de wetenschap betrekken. Dat betekent nieuwe fora bedenken, en met nieuwe methoden en nieuwe media gaan werken. Het betekent ook luisteren naar en leren van dat nieuwe publiek.”

Gregory is ook kritisch over de druk die veel wetenschappers ervaren om maar te publiceren. “De wens om alles in cijfers te vatten, is een teken van spectaculaire administratieve luiheid en verwart verantwoording afleggen met accountancy. Jonge wetenschappers worden onder druk gezet om hun werk in ‘minimaal publiceerbare eenheden’ op te delen en artikelen op te hoesten met eindeloze referenties die niets aan de discussie toevoegen. In mijn ogen zijn wetenschappelijke tijdschriften dinosaurussen. Niemand leest ze van kaft tot kaft dus blijft het bij cherrypicken. Wetenschappelijke tijdschriften zouden vervangen moeten worden door open access websites, met video, muziek en alles wat we verder kunnen bedenken om het belang en de levendigheid van echte wetenschap over te brengen.”