Machiel van Zanten

tekst & redactie

Marianne van den Bosch en Roel Schutgens

“Juist in deze coronaperiode zien we de meerwaarde van persoonlijke ontmoeting”

De coronacrisis legde het onderwijs dit voorjaar volledig lam. Althans, voor even. Want al snel kwamen er creatieve oplossingen. Marianne van den Bosch (directeur opleidingen bij het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) en Roel Schutgens (hoogleraar Algemene rechtswetenschap en vicedecaan onderwijs) over de eerste schrik, de digitale vernieuwingen en de balans tussen fysiek en online onderwijs.

“Tijdens die beruchte persconferentie van 12 maart zat ik met een groepje collega’s te vergaderen in Utrecht”, herinnert Marianne van den Bosch zich. “We hebben meteen het managementteam bij elkaar geroepen om te overleggen. De dag erna zijn we naar de faculteit gegaan om onze laptops en paperassen mee te nemen. Vanaf dat moment werkte iedereen thuis.”

De coronacrisis van dit voorjaar had ingrijpende gevolgen voor het postacademisch onderwijs van het CPO. Van den Bosch: “Dat was tot dan toe vooral fysiek. We bedienen jaarlijks vele duizenden cursisten op tientallen verschillende locaties. Wel zijn we de afgelopen jaren steeds meer online gaan aanbieden. Het sleutelwoord bij ons is blended learning, waarbij fysiek onderwijs gepaard gaat met online activiteiten. Soms is die digitale component beperkt tot enkele materialen. Maar steeds vaker gaat het om een rijkgevulde digitale leeromgeving, met casuïstiek, video’s en andere vormen van e-learning.”

Het CPO maakte vanaf 12 maart drie weken lang pas op de plaats: alle cursussen werden afgezegd. In de tussentijd zorgde het centrum voor goede thuiswerkfaciliteiten en een efficiënte overlegstructuur en paste het zijn onderwijsaanbod in technische en didactische zin aan naar een online variant. Van den Bosch: “Toen konden we de talloze vervallen bijeenkomsten uit de drie voorafgaande weken online gaan inhalen. Ook het onderwijs dat na die drie weken gepland stond, zijn we zoveel mogelijk online gaan aanbieden. We wilden per se geen vertraging veroorzaken bij onze cursisten. Voor velen van hen is het belangrijk dat ze bijvoorbeeld tijdig een certificaat krijgen om definitief tot de advocatuur of het notariaat te worden toegelaten.”

Terugkijkend op die hectische periode constateert Van den Bosch dat het CPO een steile leercurve heeft doorgemaakt. “Het was een periode van bloed, zweet en tranen, van mouwen opstropen en schouders eronder. De aanleiding was triest, maar ik krijg kippenvel als ik terugdenk aan de positieve manier waarop we er met z’n allen mee zijn omgegaan. En ik ben enorm dankbaar voor de flexibiliteit van onze docenten, de CPO-medewerkers én onze opdrachtgevers.”

Enorme klus

Corona trof ook het reguliere onderwijs hard. “Vóór de crisis was dat vrijwel volledig gebouwd op fysiek onderwijs”, zegt Roel Schutgens, hoogleraar Algemene rechtswetenschap en vicedecaan onderwijs. “Sommige colleges werden opgenomen zodat studenten ze later konden terugkijken, maar dat was het wel. Ons onderwijs was totaal niet ingericht op de afwezigheid van studenten.”

De crisis van maart legde het onderwijs dan ook volledig lam. Althans, ongeveer een week. Schutgens: “Nadat iedereen was bekomen van de schrik zijn we gaan improviseren: we gebruikten oude video-opnamen van colleges en maakten nieuwe filmpjes. Ook ik heb achter mijn laptop colleges opgenomen. Dat zag er amateuristisch uit, maar zo kon het onderwijs wél doorgaan. Daarnaast hebben verschillende docenten discussiefora en Zoom-sessies opgezet, zodat er meer interactief contact met studenten kwam.”

Speciale aandacht ging uit naar de tentamens. Die moesten de studenten vanuit huis maken. “We hebben in het begin bewust geen proctoring ingezet, dat is software die de studenten op afstand in de gaten houdt”, zegt Schutgens. “Dat had te maken met privacyzorgen van de studentenmedezeggenschap en onzekerheid over de belastbaarheid van onze technische systemen. Om toch eerlijke tentamens te bieden, hebben we alle kennisvragen geschrapt – die zijn namelijk te makkelijk te googelen – en allemaal openboektentamens afgenomen. Daarbij hebben we van elk tentamen verschillende varianten gemaakt, om samenwerking tussen tentaminandi te voorkomen. De vragen waren inhoudelijk vergelijkbaar, maar met andere namen, andere casussen en in gerandomiseerde volgorde. Dat was een enorme klus. In twee maanden tijd hebben we voor ruim honderd tentamens een nieuw format ontwikkeld. Ik ben er enorm trots op dat het in 99,5 procent van de gevallen goed is gegaan.”

Persoonlijke aandacht

Al snel bleek dat de coronacrisis niet weken, maar minimaal maanden zou gaan duren. Dus smeedde de faculteit deze zomer plannen voor het nieuwe collegejaar. “Dankzij enkele nieuwe onderwijsvormen hebben we nu een hybride programma”, zegt Schutgens. “In de bachelorfase bieden we een mix van oude en nieuwe video-opnamen, interactieve Zoom-werkgroepen en fysieke tutorials. Bij elk semestervak komen studenten drie keer in groepjes van negen bijeen voor een tutorial onder leiding van een docent. We diepen een moeilijke casus uit of lezen een complex arrest. Studenten én docenten vinden het een verademing om elkaar weer te zien. Het is bovendien een unieke ervaring: zulk kleinschalig onderwijs kunnen we normaal gesproken alleen aan onze topmasterstudenten bieden. In de masterfase zijn de colleges trouwens grotendeels fysiek. De grote collegezaal biedt plaats aan dertig tot veertig studenten. De anderen kunnen het college volgen via een opname of livestream.”

Voor eerstejaars heeft de faculteit aanvullende maatregelen genomen. Schutgens: “Zij hebben geen eindexamen kunnen doen, nauwelijks een introductie gehad en krijgen nu heel beperkt fysiek onderwijs. We moeten er echt extra in investeren om hen te binden aan de faculteit. Daarom hebben we ongeveer vijftig tutoren aangesteld. Dat zijn getalenteerde ouderejaars die met één of twee groepjes van negen eerstejaars wekelijks fysiek of virtueel bijeenkomen. Dat heeft een duidelijke sociale functie, maar we geven die tutorgroepen ook elke week een serieuze inhoudelijke opdracht, zoals zelf tentamenvragen maken of rechtsvragen analyseren in een nieuwsbericht. Daarnaast treden alle docerende collega’s – inclusief de leden van het faculteitsbestuur – op als mentor van vier eerstejaars. De docenten bellen de studenten maandelijks op om te vragen of het goed gaat en hoe het eventueel beter kan. Zo krijgt elke eerstejaarsstudent persoonlijke aandacht.”

Voor Schutgens zelf heeft de coronacrisis een verrassend neveneffect: hij mag elke week college geven in de grote zaal van De Vereeniging. “Dat beschouw ik als een voorrecht, al is het in het Grotius leuker. De zaal in De Vereeniging is zo groot dat interactie moeilijk is. In het Grotius zitten vijfhonderd studenten op elkaar gepakt. Dat is beregezellig. Ik kan tussen de rijen doorlopen en af en toe een beetje met de studenten keten. Toch ben ik oprecht blij met de mogelijkheden van De Vereeniging en de meeste studenten vinden het geweldig.”

Lerende gemeenschap

Het CPO heeft er expliciet voor gekozen om het onderwijs vanaf september weer zoveel mogelijk fysiek te laten plaatsvinden. Van den Bosch: “We merken dat onze docenten en cursisten er grote behoefte aan hebben. Omdat onze bijeenkomsten – de congressen daargelaten – niet meer dan dertig deelnemers hebben, mogen we elkaar volgens de regels fysiek ontmoeten. Cursisten die toch niet aanwezig kunnen of willen zijn, kunnen via een livestream meekijken en via een chatfunctie meepraten. Een deskundige student-assistent fungeert als moderator. Deze communiceert via de chat met de afstandscursisten en speelt relevante vragen door naar de docent.”

Voor de nabije toekomst is flexibiliteit het sleutelwoord bij het CPO. “Dat betekent dat we zo snel mogelijk meebewegen met de overheidsmaatregelen”, zegt Van den Bosch. “Het betekent ook dat we online onderwijs aanbieden als dat een meerwaarde heeft. Denk aan een digitale leeromgeving met niet alleen jurisprudentie, tijdschriftartikelen en passages uit handboeken, maar ook filmpjes, podcasts, serious gaming, webinars en online sessies. Webinars, al dan niet over Covid-gerelateerde onderwerpen, nemen nu sowieso een enorme vlucht. ” De balans tussen online en fysiek aanbod is nu nog vooral afhankelijk van hoe de pandemie zich ontwikkelt. In het post-coronatijdperk zal die balans volgens Van den Bosch afhangen van de doelgroep, de duur van de opleiding en de aard van het onderwijs. “Pure kennisoverdracht gaat makkelijker online dan een discussie over beroepsethiek. Daar zijn het onderlinge contact en de groepsdynamiek veel belangrijker.”

Van den Bosch benadrukt dat ze geen heil ziet in onderwijs dat uitsluitend online plaatsvindt. “Het gewicht van online onderwijs is het afgelopen halfjaar noodgedwongen toegenomen en we zien het nut ervan. Maar tegelijkertijd zijn we juist in deze coronaperiode de meerwaarde gaan zien van persoonlijke ontmoeting.” Schutgens onderschrijft dat: “In een column van onze rector Han van Krieken stond laatst: ‘Een universiteit is een lerende gemeenschap.’ Ik ben het daar helemaal mee eens: we leren van elkaar en met elkaar. De afgelopen maanden is de waarde van die lerende gemeenschap duidelijker geworden dan ooit. Die kun je niet vervangen door thuisonderwijs.”

Online onderwijs kan volgens Van den Bosch wel helpen om het traditionele onderwijs te verdiepen. “Daarom denk ik dat voor praktijkjuristen de weloverwogen combinatie van online leren in een digitale leeromgeving en elkaar fysiek ontmoeten de toekomst heeft.” Schutgens: “Ik wil niet te zeer vooruitlopen op de didactische lessen van deze crisis. We kunnen die pas na afloop echt goed evalueren. Maar voorlopig zou ik denken dat je met digitale mogelijkheden docenten kunt vrijspelen, zodat ze hun resterende fysieke onderwijs nog intensiever en effectiever kunnen inrichten. Online onderwijs blijft wat mij betreft ook in de toekomst dienend aan het fysieke onderwijs.”

Verschenen in Radboud Rechten, najaar 2020.