Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

Bruno van Ravels

“Als het vaderland roept, kun je niet weigeren”

Na dertig jaar in de advocatuur maakte Bruno van Ravels (60) in 2014 de overstap naar de Raad van State. Zijn functie als staatsraad heeft hij tijdelijk neergelegd om voorzitter en ‘kwartiermaker’ te worden van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. “Het zou ondenkbaar zijn geweest om dit verzoek naast me neer te leggen.”

Rechtvaardig, ruimhartig, voortvarend en onafhankelijk besluiten over schade-afhandeling. Zo luidt de opdracht van de commissie. Toen ze dit voorjaar aantrad, waren er ruim 70.000 claims van mensen die schade hebben geleden door de gaswinning in Groningen door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) afgehandeld. Er bestond onvrede over de wijze van afhandeling. Van Ravels: “De civielrechtelijke procedures waren kostbaar. Bovendien ervoeren mensen de NAM als een ongelijkwaardige tegenstander, met veel meer middelen - deskundigheid en geld - om verweer te voeren. De overheid heeft toen gezegd: ’Wij trekken ons de afhandeling van deze schades aan en roepen een bestuursorgaan in het leven om de schades af te handelen.”

De commissieleden moesten onafhankelijk en onpartijdig zijn en mochten geen banden hebben met de NAM of het ministerie. Van Ravels voldoet volgens de minister aan die eisen en heeft ruime ervaring met bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht. “Zo ben ik voorzitter geweest van het bestuursorgaan dat claims behandelde over de uitbreiding van Schiphol. Als advocaat heb ik te maken gehad met schadevergoeding rond de Betuweroute, de HSL-Zuid en de Noord/Zuidlijn.”

Onderling vertrouwen

“Daar moet ik wel een weekendje over nadenken”, was zijn eerste reactie toen hij op een vrijdagmiddag in maart het verzoek kreeg om de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen te leiden. De maandag erop zat hij bij Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming. Een dag later was de kogel door de kerk. “Het klinkt misschien wat hoogdravend, maar als het vaderland roept en je kunt - gelet op je ervaring - een bijdrage leveren aan de oplossing van een reëel probleem, dan is het moeilijk om nee te zeggen. Het zou voor mij ondenkbaar zijn geweest dit verzoek naast me neer te leggen.”

Inmiddels is Van Ravels vol in bedrijf, werkweken van tachtig uur zijn geen uitzondering. Hij besteedt veel tijd aan overleg, bijvoorbeeld met maatschappelijke organisaties als het Groninger Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging, met regionale bestuurders en ook zoveel als mogelijk met bewoners. “Dat contact verloopt plezierig en in goed onderling vertrouwen.”

Zijn belangrijkste taak is beslissingen nemen over aanvragen om schadevergoedingen. Daarnaast heeft de commissie een taak bij meldingen van acuut onveilige situaties. Ze kreeg bij haar aantreden meteen ruim 13.000 openstaande aanvragen tot schadevergoeding overgedragen. Na een aanloopperiode handelt de commissie inmiddels ongeveer honderd claims per week af. “Dat gaat via een bestuursrechtelijke procedure. Groot verschil met de eerdere civielrechtelijke procedure is dat we verplicht zijn om onafhankelijke deskundigen om advies te vragen.” In die verplichting schuilt meteen het grootste probleem van de commissie: “Er zijn niet genoeg onafhankelijke deskundigen. Daarom loopt er nu een Europese aanbesteding, maar het is afwachten wat die gaat opleveren.”

Meerwaarde

Van Ravels kwam als zeventienjarige naar Nijmegen om Nederlands te studeren. “Op de lagere en middelbare school had ik me suf verveeld. Leraren zeiden vaak: ga maar een boek lezen. Dus ik las vrij veel literatuur. Dat boeide me, maar ik had niet het idee dat ik van Nederlands mijn beroep kon maken. In mijn dispuut Aquila zaten verschillende rechtenstudenten. Mijn toenmalige vriendin - en huidige echtgenote - deed ook rechten. Dus dat ben ik ernaast gaan doen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik de collegebanken niet versleten heb. Maar sommige vakken vond ik echt leuk. Huurrecht bijvoorbeeld, bij Bas Kortmann. Hij kwam net uit de advocatuur en kende allerlei slimmigheden, zoals de Huidenstraattruc [waarmee huiseigenaren krakers uit hun pand konden verwijderen zonder ze persoonlijk te hoeven dagvaarden, red.]. Dat vond ik enorm interessant. Bij hem ben ik ook afgestudeerd.”

Vervolgens ging Van Ravels aan de slag bij het Bredase advocatenkantoor van Peter van Wijmen, dat thans AKD heet, waar hij dertig jaar zou blijven. “Prachtig werk. De belangenbehartiging, het snelle schakelen en het genoegen om alle oorbare middelen in te zetten om een zaak - ondanks felle tegenstand - te winnen.”

Van meet af aan legde Van Ravels zich toe op overheidsaansprakelijkheid. “Ik was geboeid door de fricties en de complexiteit. Als de overheid in het algemeen belang iets doet, waardoor een individu wordt getroffen, moeten de lasten dan ook bij hem liggen? Zo niet, wat moet er tegenover staan en hoe objectiveer je dat?” Van Ravels ontwikkelde zich tot expert op zijn vakgebied. Hij publiceerde erover, werkte mee aan de eerste nadeelcompensatieregeling van Rijkswaterstaat en schreef een preadvies over nadeelcompensatie voor de VAR, de Vereniging voor Bestuursrecht.

Sinds 2002 draagt hij zijn kennis over als hoogleraar Onderneming en overheid in Nijmegen. “Ik begeleid promovendi en geef het vak overheidsaansprakelijkheid, met Roel Schutgens en Jacques Sluysmans. Daarnaast ben ik bij het CPO hoofddocent voor de beroepsopleiding gemeentejuristen en doceer ik aan drie Grotius-opleidingen. Het werk op de universiteit heeft een duidelijke meerwaarde. Als staatsraad dreigt het gevaar dat je de wereld alleen maar vanachter de rechterstafel ziet. College geven dwingt je om de materie te systematiseren en helder uit te leggen. Daar leer je zelf ook veel van.”

Plichtsbesef

Voor Van Ravels in 2014 staatsraad werd, was hij al verschillende keren gepolst. “Dat zorgde telkens voor een groot dilemma. Ik vond – en vind - de advocatuur een ontzettend mooi vak. Maar ook hier gold: als het vaderland roept … Het is een kwestie van plichtsbesef, ik kan er niks anders van maken. Staatsraad is een eervolle baan, maar heel anders dan die van advocaat. Saai is niet het juiste woord, maar ik ben hier veel meer bezig met belangen afwegen. Het gaat hier niet om eenzijdigheid, maar om evenwicht. En doordenken: als ik die koers ga varen, wat betekent dat dan voor andere zaken? Dat vind ik hier de uitdaging. Ach, het zijn allebei mooie banen.”

Van Ravels verwacht begin volgend jaar klaar te zijn als kwartiermaker. Hij zal zijn voorzitterschap dan overdragen aan zijn beoogd plaatsvervanger, Bas Kortmann, en terugkeren bij de Raad van State. “Dan mag ik nog tien jaar, tot mijn zeventigste dus. Of ik zo lang doorga, weet ik nog niet. In elk geval moet mijn echtgenote het leuk blijven vinden. Veel mensen van mijn leeftijd stoppen met werken. Mijn ouders zijn allebei op hun zestigste gestopt, mijn schoonouders eveneens. Ik ben nu volop bezig. Als het zo blijft, ga ik nog een hele tijd door. Ik heb er nog lol in.”