Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

‘Pas als je in het water springt, weet je of je de zwemslagen goed geleerd hebt’

Na 33 jaar neemt Bas Kortmann afscheid van faculteit en universiteit. In die periode was hij decaan, rector, maar bovenal een gezichtsbepalende hoogleraar. Een gesprek over zijn keuze voor de rechtenstudie, het familiegevoel bij de faculteit, het eredoctoraat voor Angela Merkel en het vertrouwen in de wetenschappers.

Bijna was hij in 1990 al vertrokken. Ien Dales, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, belde op een zaterdagmiddag om Kortmann te polsen voor het gouverneurschap van Limburg. Hij bedankte vriendelijk. Maar Den Haag bleef bellen “en uiteindelijk heb ik na veel vijven en zessen ja gezegd”. Volgens Dales was Kortmanns benoeming een formaliteit. Maar het kabinet schoof de beslissing voor zich uit. Reden voor Kortmann om weer te gaan twijfelen. “Na een weekend goed nadenken, heb ik premier Lubbers gebeld en gezegd: ik ben niet meer beschikbaar. Achteraf gezien een goede beslissing. Ik zou als gouverneur slagvaardigheid hebben gemist. Als kind bewonderde ik Feyenoord, vooral het lied ‘Geen woorden maar daden’ sprak me aan. Ik vind dat er altijd iets moet gebeuren.”

Droogzwemmen

Kortmann werd in 1950 in Weert geboren, in een katholiek gezin met zes kinderen. “Ik was typisch een kind van de jaren zestig: overal tegen.” Zijn tegendraadse karakter zorgde voor een opvallende studiekeuze. “Mijn ouders hadden allebei rechten in Nijmegen gestudeerd. Mijn oudste broer ook en mijn oudste zus studeerde Italiaans in Nijmegen. Daarom wilde ik níet naar Nijmegen en géén rechten doen. Dus werd het geneeskunde in Groningen.” Dat viel tegen. “Ik moest ontzettend veel uit mijn hoofd leren en vond dat er weinig werd nagedacht. Ik heb het jaar afgemaakt en ben toen alsnog rechten gaan studeren. Dat was een feest. Ik genoot van de discussies en het intellectuele spel.” Kortmann snelde door de stof en studeerde in vier jaar af. “Niet dat ik alleen maar studeerde, hoor. Ik heb in het bestuur van studentenvereniging Albertus Magnus gezeten, ben student-assistent geweest en redactielid van Ars Aequi.”

Na zijn afstuderen koos Kortmann bewust voor een promotietraject. “Hoogleraar Wim van der Grinten zei eens: de rechtenopleiding heeft een propedeutisch karakter. Daarmee bedoelde hij dat je na vier jaar de elementaire beginselen kent, maar - zoals ze in Brabant zeggen - nog ‘veul’ moet leren.” Na zijn promotie ging hij aan de slag als advocaat, óók een bewuste keuze. “De universiteit is een soort droogzwemmen. Pas als je in het water springt, weet je of je de zwemslagen goed geleerd hebt. Ik adviseer mensen die een wetenschappelijke carrière ambiëren altijd om een tijdlang in de praktijk rond te neuzen.”

Eind 1983 vroeg de faculteit Kortmann om Van der Grinten op te volgen als hoogleraar Burgerlijk recht. Kortmann aarzelde. “De advocatuur was ongelooflijk leuk. Ik was inmiddels partner, had een mooie praktijk en betwijfelde of ik voldoende praktijkervaring had opgedaan. Bovendien was Van der Grinten een icoon. Om als jong broekie op zijn leerstoel te gaan zitten, was riskant.” Toch zei Kortmann ja. “Risico’s nemen zit een beetje in mijn aard. Daarnaast was ik gevoelig voor de warmte waarmee de faculteit me probeerde binnen te halen.”

Familiegevoel

De rechtenfaculteit van toen is nauwelijks te vergelijken met die van tegenwoordig. Er hing een behoudende sfeer, de hoogleraren maakten de dienst uit. Zij waren nog gering in aantal en het waren bijna allemaal mannen. De onderlinge vriendschap was groot. “Er is nog steeds een familiegevoel, maar de familie is inmiddels zo groot dat je niet iedereen meer kent.”

Onderwijs en onderzoek zijn sindsdien ingrijpend veranderd. Kortmann wijst op het post-initieel onderwijs. Hij is vanaf 1985 intensief betrokken geweest bij het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO). Dat organiseert klassieke PAO-cursussen, maar ook beroepsopleidingen voor advocaten, notarissen en bedrijfsjuristen. “Het centrum heeft een uitstekende reputatie. Ik vind nog steeds dat we de beste juridische faculteit van Nederland hebben en haar goede imago is in belangrijke mate te danken aan de activiteiten van het CPO.”

Wat betreft het onderzoek ziet Kortmann de oprichting van het inmiddels toonaangevende Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) als een mijlpaal. “Tot dan toe deed iedereen individueel onderzoek en ontbrak vaak samenhang. Het bijzondere van het OO&R is dat we niet met andere juridische faculteiten samenwerken, maar met grote advocaten- en notariskantoren en bedrijven. Veel goede juristen werken namelijk in de praktijk. Bovendien bereiken nieuwe ontwikkelingen meestal eerder de praktijk dan de universiteit.”

Alleseter

Kortmann is de afgelopen decennia niet alleen hoogleraar geweest, maar ook faculteitsdecaan (1998–2001) en rector magnificus (2007–2014). “Ik ben een beetje een alleseter. Ik was decaan in een tijd dat het aantal rechtenstudenten terugliep, wat ook financiële gevolgen had. We hebben het tij kunnen keren en daarom kijk ik met voldoening op die periode terug. Ik kon het decanaat bovendien vrij makkelijk combineren met mijn hoogleraarschap.” Het rectoraat was een ander verhaal. “Van tevoren had ik gezegd: ik doe het vier jaar. Maar het werden er zevenenhalf. Ik heb daarna hard moeten studeren om weer met de jongelui mee te kunnen. Maar het rectoraat heeft me veel gebracht. Ik heb mijn ogen uitgekeken bij alle onderzoeksinstituten, veel interessante mensen ontmoet en twee lustra mogen organiseren.”

Tijdens vrijwel zijn hele wetenschappelijke carrière was Bas’ oudste broer Tijn ook hoogleraar, tot diens overlijden begin vorig jaar. “We deden van jongs af aan veel samen - skiën in het hooggebergte, zeilen - en hij was een groot voorbeeld. Op de faculteit werd soms gezegd: om die Kortmannen kun je niet heen, maar ik geloof niet dat wij hinderlijk samenspanden. Natuurlijk hadden we veel contact. Tijdens mijn rectoraat bestookte hij me soms met e-mails als: ‘Hoe heeft het college van bestuur dit nou weer kunnen doen?’. Maar dat was altijd in dikke vriendschap. Ik liet hem al mijn belangrijke toespraken van tevoren lezen. Dan schreef hij in de kantlijn, in een prachtig handschrift, opmerkingen als: ‘Wel een beetje saai, zou je hier niet een grap invoegen?’ Soms had hij die grap er zelf al bijgezet. Hij was behoudender dan ik, meer de klassieke hoogleraar, die zijn onderzoek alleen deed. Een heel wijs man. Én een goede zeiler.”

Circusdirecteur

Uit een loopbaan van bijna 35 jaar is het moeilijk afzonderlijke hoogtepunten te kiezen. Maar over één hoeft Kortmann niet lang na te denken: “Het feit dat we Angela Merkel in 2013 een eredoctoraat hebben verleend. Ik heb grote bewondering voor haar als persoon en voor de manier waarop ze met de vluchtelingenproblematiek omgaat. Het is een taak van de samenleving en ook van deze bijzondere universiteit om barmhartigheid te tonen en vluchtelingen op te vangen. In Nederland mogen we best wat gastvrijer zijn.” Merkel kreeg het eredoctoraat mede vanwege haar steun aan de wetenschap. “Ook daar kunnen wij in Nederland wat van leren. Ik zou meer geld voor met name het fundamentele onderzoek willen en minder overheidsbemoeienis.”

Kortmann geeft op 29 september een afscheidscollege, maar zal nog niet uit beeld verdwijnen. Hij blijft nog promovendi begeleiden, wat onderzoek doen en beperkt onderwijs geven. “Maar ik wil ook meer tijd doorbrengen in mijn moestuin, op mijn zeilboot en op onze boerderij in Bretagne.” Heeft hij nog een afscheidsadvies voor de faculteit? “Bij mijn afscheid als rector heb ik gezegd: ik voelde me een soort circusdirecteur. De artiesten zijn de wetenschappers en de studenten het publiek. De bestuurders zijn er alleen om hen te faciliteren. Probeer dus het bestuur zo eenvoudig mogelijk te houden en heb vertrouwen in de wetenschappers, want zij moeten het doen.”