Machiel van Zanten

freelance journalist, tekstschrijver, eindredacteur

Ashley Terlouw

“Rechtssociologie zou een integraal onderdeel van de opleiding moeten zijn”

Een dobbelsteen bepaalde dat ze rechten ging studeren. Achteraf had Ashley Terlouw zelf geen betere keuze kunnen maken dan het lot. Ze is inmiddels tien jaar hoogleraar. “Rechtssociologie laat de bredere context zien.”

“Studenten denken soms dat ik het recht maar niets vind”, zegt Ashley Terlouw halverwege het gesprek. “Dat komt omdat ik problematische kanten ervan laat zien. Maar ik houd juist ontzettend van het recht. Ga naar een staat waar geen recht is, Syrië bijvoorbeeld. Dat is een drama. Niets functioneert zonder recht. Ik denk zelfs dat het recht meer heeft bijgedragen aan onze levensstandaard en levensduur dan de medische wetenschap.”

Maar Terlouw ziet ook dat het recht niet perfect is. “Het geeft rijke mensen meer mogelijkheden dan arme mensen. Organisaties die vaak procederen, hebben een voorsprong op individuen die het zelden doen. En er is geen gelijke strijd tussen het individu en de overheid, die alle informatie heeft en elke deskundige kan inschakelen. Nee, het recht is niet altijd eerlijk en er is geen gelijke toegang tot het recht. Het kan beter. Juist daaraan wil ik als rechtssocioloog werken.”

Voetsporen

Terlouw studeerde rechten in Utrecht. Aanvankelijk was het geen overtuigde keuze. “Ik bleef maar twijfelen tussen biologie, geschiedenis en rechten. Toen ik me moest inschrijven, dacht ik: weet je wat, ik gooi een dobbelsteen. Eén of twee is geschiedenis, drie of vier is biologie, vijf of zes is rechten. Hop, het was een zes: rechten. Tijdens de studie duurde het even voor het kwartje viel, maar ik had geen betere keus kunnen maken.”

Na haar afstuderen kwam ze al snel in contact met vreemdelingenrecht: eerst bij Vluchtelingenwerk, daarna bij de rechtbank in Den Haag. “In die tijd werd de Vreemdelingenwet gewijzigd. Er was geen hoger beroep mogelijk en er waren vijf rechtbanken die als hoogste rechter fungeerden in vreemdelingenzaken. Die konden natuurlijk alle kanten op springen. Daarom werd er een stafbureau gecreëerd. Dat signaleerde verschillen en keek of de rechters afspraken met elkaar zouden moeten maken. Ik was als stafmedewerker spin in het web en vond de samenwerking tussen rechters zó interessant dat ik dacht: daarover wil ik een proefschrift schrijven.”

Ze promoveerde in 2003 bij Pieter Boeles, de Leidse hoogleraar Immigratierecht, en Kees Groenendijk, hoogleraar Rechtssociologie in Nijmegen. Toen die laatste in 2008 met emeritaat ging, werd Terlouw uitgenodigd te solliciteren. “Ik had niet verwacht dat ik het zou worden, maar hier zit ik. In de voetsporen van Kees Groenendijk. Nog steeds voel ik me daar weleens wat verlegen over. Hij is zo’n enthousiaste man, zo stimulerend. Zo hoop ik ook een beetje te zijn voor mijn promovendi.”

Meerwaarde

Inmiddels is Terlouw alweer tien jaar hoogleraar. “Echt een fantastische baan, geen dag is hetzelfde: onderzoek, onderwijs, acquisitie, promovendi begeleiden, contact met organisaties als Amnesty International, UNHCR en de Europese Commissie, en het managen van een afdeling met ruim twintig medewerkers.” Buiten de faculteit is Terlouw onder andere voorzitter van de Vereniging voor de Sociaal-Wetenschappelijke bestudering van het Recht en van het tijdschrift Asiel&Migrantenrecht. “Goed voor de contacten en om op de hoogte te blijven van actuele ontwikkelingen.”

Rechtssociologie heeft volgens haar een duidelijke meerwaarde voor studenten. “Het is belangrijk dat juristen zich breed ontwikkelen. In een baan gaat het ook niet alleen om het positieve recht. Er zijn ook sociale, economische en technische aspecten en protesterende burgers. De rechtssociologie laat die bredere context zien.”

Daarom bepleit Terlouw een prominentere plaats voor haar vak. "Het zou een integraal onderdeel moeten zijn van de opleiding. Studenten moeten vanaf het begin beseffen dat er andere kanten aan het recht zitten. Dat standpunt past bij de nieuwe onderwijsvisie van de faculteit: dat studenten interdisciplinair en metajuridisch moeten denken. Ik ben aan het overleggen met docenten van de hoofdvakken om te kijken welke mogelijkheden hiervoor zijn.”

Prestigieuze status

Terlouw is voorzitter van de vaksectie Rechtssociologie en Migratierecht. “Dat is een goede combinatie. Rechtssociologie gaat over de invloed van het recht op de maatschappij en omgekeerd. Migratierecht is een maatschappelijk uiterst relevant vakgebied. Veranderingen in het maatschappelijk draagvlak hebben bijvoorbeeld onmiddellijk invloed op het recht. Andersom leiden veranderingen in het recht tot heftige maatschappelijke reacties.”

Onderdeel van de sectie is het Centrum voor Migratierecht (CMR), met als voorzitter hoogleraar Europees Migratierecht Elspeth Guild. Het CMR kreeg in 2015 van de Europese Commissie de prestigieuze status van Jean Monnet Centre of Excellence. “Dat is een hele eer. Je moet excellent onderzoek en onderwijs bieden en een goede organisatie hebben, gericht op EU-recht. Tot onze vreugde is de status in september 2018 met drie jaar verlengd. Het is niet mijn verdienste, maar ik ben trots dat het CMR onderdeel is van onze sectie.”

Op dit moment schrijft Terlouw een preadvies voor de Nederlandse Juristen-Vereniging (NJV). “Het onderwerp is territorialiteit en soevereiniteit. Samen met Tineke Strik (universitair hoofddocent in Nijmegen, red.) beschrijf ik welke staat wanneer verantwoordelijk is voor vluchtelingen. We combineren de internationale afspraken over staatsverantwoordelijkheid met het vluchtelingenrecht. Het advies wordt in juni gepresenteerd op het congres van de NJV.”

Studieplezier

Terlouw richt zich niet alleen op vakgenoten, maar ook op een breder publiek. Ze pleit bijvoorbeeld al jaren voor een vak ‘rechten’ op de basisschool. Daarnaast heeft ze een populairwetenschappelijk boek geschreven, dat in oktober verschijnt bij uitgeverij Balans. “Ik beschrijf hoe rechters omgaan met de vraag wie en wat normaal is en hoeveel diversiteit de maatschappij kan verdragen.” Niet alleen de tekst, maar ook de illustraties in het boek zijn van haar hand. "Naast rechten heb ik een paar jaar kunstacademie gedaan. Ik teken bijna elke dag, meestal op de iPad in de trein. Het liefst teken ik mensen, die zijn enorm interessant omdat ze allemaal verschillend zijn.”

Kijkend naar de toekomst zou Terlouw graag meer promovendi in de sectie hebben. “Er is genoeg belangstelling, maar het is heel moeilijk om geld te krijgen.” Daarnaast zou ze studenten graag meer studieplezier gunnen. "Het is zo schools geworden en steeds meer studenten krijgen een burn-out. Dat maakt me treurig. Dé oplossing heb ik niet, maar ik denk onder andere aan studiegroepen en we zijn bezig met de opzet van een rule of law clinic. Eenzaam thuis achter de boeken zitten, vinden veel studenten moeilijk. Samen actief iets met de stof doen, is motiverender.”