Machiel van Zanten

tekst & redactie

Arthur Japin: Altijd op zoek naar een droomzolder

Toen hij in 2003 definitief doorbrak met de roman Een schitterend gebrek, had Arthur Japin al een aanzienlijke loopbaan als schrijver, acteur, danser en zanger achter de rug. Dit voorjaar verschijnt van zijn hand het Boekenweekgeschenk De grote wereld, opnieuw een typisch Japin-verhaal. "Het gaat bij mij altijd over een eenling, een buitenstaander die zijn plaats in de maatschappij moet bevechten."

Een creatieve duizendpoot. Dat is het beeld dat opdoemt bij het lezen van de biografie van Japin. Hij speelde bij Toneelgroep Centrum en de Theaterunie, had bijrollen in de film Flodder en de soap Onderweg naar Morgen, en zong bij de Nederlandse Opera. Hij zegt zich nu vooral schrijver te voelen, "maar ik houd alle mogelijkheden open. Ik ben bijvoorbeeld net begonnen aan een intensieve schildercursus. En vorig jaar heb ik nog een nummer geschreven voor een cd van Paul de Leeuw."

Arthur Japin (Haarlem, 1956) zocht als kind al naar manieren om iemand anders te zijn. "Mijn jeugd was zo ingewikkeld en onprettig. Ik werd gepest en mishandeld op school. Ook thuis was veel geweld en verdriet. Ons gezin zat in een isolement, we kwamen zelden buiten. Als ik toen de werkelijkheid had aanvaard, was ik er misschien aan onderdoor gegaan." De jonge Japin vond een toevluchtsoord op de zolder van zijn ouderlijk huis. "Dat was mijn droomzolder, vol hoeken en kisten, waar ik mijn fantasie de vrije loop kon laten. Ik kon er spelen en naar muziek luisteren. Hier heb ik waarde leren hechten aan mijn fantasieën."

Toen Japin twaalf was, pleegde zijn vader zelfmoord. "Ik ben hem daar altijd nog dankbaar voor. Klinkt dat cynisch? Zo is het niet bedoeld. Er kwam weer rust in het huis. Hij maakte op tijd plaats voor mij. De dood van mijn vader bood een nieuwe kans voor mijn moeder en mij."

Kritieken

Na zijn jeugd zocht hij voortdurend naar een nieuwe 'droomzolder'. Hij volgde verschillende acteeropleidingen, speelde toneel- en filmrollen voordat hij zich eind jaren tachtig ging richten op het schrijverschap. "Dat was geen rationele keuze. Ik doe nooit iets rationeel, laat altijd alles gebeuren. Wel denk ik dat schrijven de beste manier is om me te uiten."

In 1996 debuteerde Japin met de bundel Magonische Verhalen, een jaar later gevolgd door zijn eerste roman: De zwarte met het witte hart. Voor dat boek, over twee Afrikaanse prinsjes die in de negentiende eeuw als Nederlanders werden opgevoed, verrichtte Japin tien jaar lang onderzoek. "Mijn uitgever vroeg: 'Waarom zo lang?'Ik zei: 'Wat me zo boeide, was het isolement van die jongens. Voor de keuze om je wel of niet aan te passen, stond ik op school elke dag."

Voorlopig hoogtepunt van Japins carrière is de roman Een schitterend gebrek, die hem verschillende literaire prijzen opleverde. Het enorme succes legt geen druk op Japins schouders. "Het spoort me alleen maar aan. Ik redeneer: als jullie mijn vorige boek mooi vonden, ben ik benieuwd hoe jullie het volgende vinden." Wel is hij enkele jaren geleden opgehouden met het lezen van kritieken. "Ze verwarden me, ik ging er onbewust rekening mee houden. Over Magonische Verhalen werd bijvoorbeeld geschreven dat de stijl zo apart was. Daar had ik nooit over nagedacht. Toen ik De zwarte met het witte hart schreef, ging ik steeds meer twijfelen over mijn stijl. Ik probeer nu tijdens het schrijven zo min mogelijk invloeden van buitenaf toe te laten. Ik laat bijvoorbeeld nooit teksten lezen voor ze af zijn."

Onderzetter

Het verzoek om het Boekenweekgeschenk te schrijven kwam niet als een verrassing. "Ik zit al een tijdje op een succesgolf en voelde dat de tijd rijp was. Toen het CPNB me vroeg, heb ik meteen ja gezegd. Daarna sliep ik niet meer en dacht ik: o jee, wat nu? Omdat er zoveel exemplaren komen, is het onmogelijk iets te schrijven wat iedereen leuk vindt. Veel mensen zullen De grote wereld mooi vinden, anderen zullen het als onderzetter gebruiken."

In het Boekenweekgeschenk beschrijft Japin de geschiedenis van Lemmy en Rosa, twee kleine mensen die met een lilliputterstad als bezienswaardigheid rondtrekken. Als de nazi’s de stad vlak voor de Tweede Wereldoorlog sluiten, moeten de hoofdpersonen hun verhouding tot de wereld opnieuw bepalen. Rosa wil zich aansluiten bij een Brits revuegezelschap, maar Lemmy wil niet langer als vermaak dienen. De grote wereld is een typisch Japin-boek, zegt de auteur zelf. "De basis is historisch en het verhaal gaat opnieuw over een eenling, een buitenstaander die zijn plaats in de maatschappij moet bevechten. Die eenling ben ik natuurlijk zelf. Ik wil altijd graag dat de lezers zich kunnen inleven in mijn hoofdpersonen. Zo probeer ik ook mezelf herkenbaar te maken."

Japin kwam op het idee van het boek toen hij tien jaar geleden zijn ouderlijk huis leegruimde. "Ik vond enkele briefkaarten met een afbeelding van een rondreizend lilliputtergezelschap. Ik vroeg me af hoe het is om in zo'n letterlijk kleine enclave te wonen en altijd bekeken te worden. Wat zou er gebeuren als de kleine mensen plotseling in de grote wereld zouden moeten leven? Daar gaat het boek over, maar het thema is groter: hoever ga je om aardig gevonden te worden? In hoeverre doe je jezelf daarvoor geweld aan?"

Kluizenaar

Net als zijn andere boeken, heeft Japin De grote wereld thuis geschreven, in zijn eeuwenoude pand in de Utrechtse binnenstad. "Het huis stamt uit 1600 en ligt op de vroegere grens van het Romeinse Rijk. Historische grond dus. Het huis is een soort burcht: erg naar binnen gekeerd, er zitten zelfs luiken op. Zo lang je binnen bent, kun je geloven dat je in een andere tijd leeft. Ik kan me uitstekend afsluiten en in mijn eigen hoofd leven. Maar een keer of drie per jaar denk ik: het hele leven gaat aan me voorbij. Doordat ik in de binnenstad woon, heb ik op zulke momenten alles bij de hand: bioscopen, restaurants, de bibliotheek. Als ik ergens op de hei zou wonen, zou ik op zulke momenten echt in de war raken."

Voor zijn intensieve research gaat Japin vaak op stap, bijvoorbeeld naar bibliotheken. "Dat vind ik prettige plaatsen. Mooie, oude bibliotheken, zoals in Weimar en het Rijksmuseum vind ik prachtig. In Utrecht heb ik de gemeentebibliotheek op loopafstand. Voor echt onderzoek kom ik overigens meer in archieven. Maar ik heb geen analytische geest, mijn geest wil zweven. Dat kan in bibliotheken, waar je kunt spelen en bladeren."

Jaarlijks geeft Japin ongeveer vijftig lezingen, waarvan dertig in bibliotheken. "Ik kan me tijdens een lezing heel open opstellen. Mensen hebben na afloop vaak het gevoel dat ze me allemaal persoonlijk hebben leren kennen. Ik krijg van lezingen veel energie, voel me na afloop geestelijk opgeladen. Ik vind het ook nooit erg als ik dezelfde vragen krijg want voor de vragensteller is het de eerste keer. Dat heeft alles te maken met inleving. Lezingen zijn misschien wel het leukste van schrijver zijn, naast het schrijven zelf natuurlijk.


Arthur Japin in vogelvlucht

1956: geboren in Haarlem

1975: Webber-Douglas Academy of Dramatic Arts

1976: begint een studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam

1981: studeert af aan de Theaterschool Amsterdam

1987: stopt met acteren en begint met schrijven

1996: debuteert met Magonische verhalen

1997: romandebuut met De zwarte met het witte hart

1998: De vierde wand, reisverhalen

2002: De droom van de leeuw, roman

2003: Een schitterend gebrek

2004: Libris literatuurprijs voor Een schitterend gebrek

2006: De grote wereld

Eind februari verscheen De klank van sneeuw, een cd waarop Arthur Japin de twee novellen Dooi en Zeep voorleest.

Meer informatie: www.arthurjapin.nl en www.boekenweek.nl

Verschenen in: Biblio-zine in februari 2006.