Machiel van Zanten

tekst & redactie

Angela Wigger strijdt tegen sociale ongelijkheid en voor een alternatieve toekomst

Angela Wigger is zich al bijna haar hele leven bewust van sociale ongelijkheid. De universitair hoofddocent houdt zich bezig met global political economy en schuwt het activisme niet. “Bij echt kritisch zijn, hoort een emancipatorische agenda.”

Als kind op een boerderij in Zwitserland zag ze de kloof tussen arm en rijk al. “Ik wilde dolgraag paardrijden, maar dat was iets voor rijke mensen. Mijn ouders konden dat niet betalen. Ik ging in een paardenstal werken zodat ik soms gratis kon rijden. Ik zag de ongelijkheid, maar kon die niet verklaren en ook niet begrijpen.” Later, toen ze als tiener de wereld rondreisde, was ze geschokt door de armoede en ongelijkheid die ze zag in Marokko en Latijns-Amerika.

Wigger ging Politicologie studeren aan de Universiteit van Bern. “Ik zocht antwoorden op mijn vragen over machtsverhoudingen, de inrichting van de mondiale economie en armoede. Toen ik die antwoorden niet vond, ben ik me op global political economy gaan richten. Dat is deels politicologie, deels politieke economie, deels sociologie en nog veel meer. Grote denkers als Karl Marx en Adam Smith beperkten zich ook niet tot afgebakende disciplines. Ze schreven over alles onder de zon.”

Ommezwaai

Via een uitwisselingsprogramma kwam Wigger rond de eeuwwisseling naar Nederland. Ze promoveerde aan de Vrije Universiteit en kreeg daarna een baan aan de Radboud Universiteit. In Nijmegen doet ze onder andere onderzoek naar kapitalistische concurrentie en concurrentiepolitiek op mondiaal niveau. “Ik bestudeer het kapitalisme, de krachten en machtsverhoudingen die daaruit voortkomen, de crises die erbij horen en hoe die crises al of niet tot een ommezwaai kunnen leiden.”

Haar focus ligt op industriebeleid en mededingingsbeleid en de ongebreidelde macht van financieel kapitaal. “Ik bestudeer bijvoorbeeld hoe en waarom de politieke koers rondom het nieuwe EU-industriebeleid de financiële sector bevoordeelt, en werknemers en armere regio’s benadeelt. Hiervoor kijk ik ook naar de regulering van financiële markten, schaduwbankieren en de schuldeneconomie. Vragen die centraal staan, zijn: hoe richten we de economie in, hoe verandert dat en waarom verandert dat in een bepaalde richting?”

Vertaalslag

In haar onderzoek speelt Wiggers activisme een duidelijke rol. “Ik ben een kritische politieke econoom. Bij echt kritisch zijn, hoort een emancipatorische agenda. Zoals de Britse econoom Susan Strange zei: ‘Je moet altijd de vraag stellen: cui bono, wie wint en wie verliest? En aan het eind van je onderzoek: so what? Wat heeft dat voor effect?’ Die vertaalslag staat centraal in mijn werk. Ik heb geen blauwdruk voor hoe het anders moet, maar kijk wel naar de contouren van een alternatieve toekomst.”

Veel wetenschappers denken volgens Wigger dat wie kritisch is, ook normatief is. “Maar als je alleen de gevestigde macht analyseert en daar niets over zegt, legitimeer je die macht en ben je dus ook normatief. Ik maak mijn normatieve uitgangspunten expliciet en mijn analyses zijn net zo grondig onderbouwd als die van anderen. Alleen ga ik een stap verder en probeer ik handelingsperspectieven voor politieke verandering te bieden.”

‘Sand im Getriebe’

Wigger publiceert in hoogstaande wetenschappelijke tijdschriften, maar deelt haar bevindingen ook met maatschappelijke organisaties, politieke partijen en ngo’s. “Daarnaast word ik regelmatig in Brussel uitgenodigd, bijvoorbeeld voor conferenties over mededingings- of industriepolitiek. Europese Commissieleden staan open voor tegengeluid en waarderen mijn werk, maar het systeem verandert hierdoor vrijwel niet. Dat is best frustrerend. Het enige wat ik kan doen, is doorgaan. Dat betekent: strijdende partijen steunen met mijn wetenschappelijke analyses en proberen om – op z’n Duits gezegd – Sand im Getriebe te zijn.”

Verschenen op de website van de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit, april 2021