Machiel van Zanten

tekst & redactie

Andrej Zaslove brengt nuance aan in populismedebat

Hij doet al ruim twintig jaar onderzoek naar populisme. Daarmee wil hij nuances aanbrengen en begrip kweken. “Dat is wat ik zelf ook wil: de wereld begrijpen. Daarom ben ik politicoloog geworden.”

Andrej Zasloves vakgebied is de vergelijkende politicologie, met speciale aandacht voor populisme. “Ik ben in 2004 gepromoveerd op onderzoek naar de Lega Nord, een Italiaanse populistische partij. In die tijd was populisme een randverschijnsel. Wetenschappers die er onderzoek naar deden, werden gezien als rare vogels. Tegenwoordig is populisme overal aanwezig en zijn mensen meteen geïnteresseerd als ze horen wat ik doe.”

Spanningsveld

Maar wat is populisme precies? Belangrijk is dat het aan zowel de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum voorkomt. Drie concepten zijn volgens Zaslove cruciaal. “Ten eerste dat de samenleving verdeeld is in twee homogene groepen: een puur volk tegenover een corrupte elite. Ten tweede dat er tussen beide een duidelijk spanningsveld bestaat. En ten derde dat het volk een eenduidige wil heeft. Er is dus geen ruimte voor pluralisme.”

Zo gedefinieerd kent de samenleving minder populisme dan mensen vaak denken. “Veel politici nemen elementen van populisme over, zonder echt populistisch te zijn. Mark Rutte gebruikt bijvoorbeeld regelmatig populistische taal, maar hij is geen populist, want bij hem is er geen spanning tussen volk en elite.”

Populismeschaal

Samen met collega-onderzoekers heeft Zaslove een schaal ontworpen om het populistisch gehalte van politieke partijen in heel Europa te meten. In Nederland blijkt de PVV het meest populistisch, op de voet gevolgd door Forum voor Democratie. “Op een schaal van 0 tot 10 scoren ze respectievelijk een 10 en een 9.” Op ruime afstand staat de SP (6,5), gevolgd door partijen als 50Plus, de PvdD en DENK. Daarna komen VVD, CDA en PvdA en helemaal onderaan staan GroenLinks en D66. “Die zijn volgens onze schaal dus vrijwel niet populistisch.”

Zaslove analyseert via vragenlijsten ook de achterban van populistische partijen. “PVV- en SP-stemmers scoren hoog op de populismeschaal, maar zijn toch heel verschillend. In het algemeen zijn rechtspopulisten vaker mannen, bij linkspopulisten is de man-vrouwverhouding ongeveer fiftyfifty. Rechtspopulisten zijn ook vaak laagopgeleid, terwijl je bij linkspopulisten een combinatie ziet van laag- en hoogopgeleiden. Linkspopulisten wonen vooral in de steden, rechtspopulisten vind je zowel in de provincie als in oude stadswijken.”

Gevaar voor de democratie

Met zijn onderzoek wil Zaslove begrip kweken en nuance aanbrengen. “Populisme is nu eenmaal een onderdeel van de samenleving en niet alles wat populistische partijen doen, is per definitie slecht. Veel mensen beschouwen populisme als een gevaar voor de democratie. Maar ons onderzoek laat zien dat mensen die hoog scoren op de populismeschaal méér voor de democratie zijn dan mensen die lager scoren.”

Ook die uitkomst behoeft overigens weer enige nuance, want de onderzoekers weten nog niet hoe de respondenten ‘democratie’ precies opvatten. “Mogelijk zit er een spanning tussen het populistische idee van democratie en onze liberale democratie. Dat willen we in de toekomst uitgebreider gaan onderzoeken.”

De populismeschaal vind je online. Hier kun je data van alle Europese landen bekijken en analyseren op land of thema.

Verschenen op de website van de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit, februari 2021